Boat

Boat

Bouw en leven op een kleine boot.

Building and life on a small boat

 

Berging Ma Folie 2003 (enig overgebleven foto’s);

Salvage Ma Folie 2003 (sole remaining photos);

Duizend en een nacht

Ma Folie. Een romp van nog geen 8 meter waar ik bijna drie jaar op heb vertoefd. Waar ik met afval en gejat bouwmateriaal een kajuit op heb gebouwd. Toen het af was zonk het naar de bodem. Weg onderkomen, weg werk, foto’s, gereedschap en kleren. Met niks begonnen met lege handen weer geëindigd. Twee winters en drie zomers dobberend op een bootje in het ‘Donker Nack’…

Thousand and one night

Ma Folie. A hull close to 8 meters in length on which I stayed for almost three years. On which I built a cabin from driftwood and stolen building materials. When finished it sank… Gone sole accommodation, gone work, photos, tools and clothes. Started with nothing finished empty handed again. Two winters and three summers afloat on a little boat in ‘het Donker Nack’…

Duizend en een nacht

Zonder schoenen, zonder ideeën, zonder gereedschap, zonder vrienden, zonder geld, zonder werk, zonder ruimte, zonder tijd, zonder geluk, zonder eten, zonder vertrouwen, zonder toekomst, zonder gas, zonder water, zonder gezondheid, zonder elektriciteit, zonder stabiliteit, zonder zonder reinheid, zonder geloof, zonder gezin, zonder houvast, zonder douche, zonder verwarming, zonder machine, zonder telefoon, zonder rust, zonder zonder, zonder met; totale vrijheid

Duizend en een nacht

Met schoenen, met ideeën, met gereedschap, met vrienden, met geld, met werk, met ruimte, met tijd, met geluk, met eten, met vertrouwen, met toekomst, met gas, met water, met gezondheid, met elektriciteit, met stabiliteit, met reinheid, met geloof, met gezin, met houvast, met douche, met verwarming, met wasmachine, met telefoon, met rust, met met, met zonder; totale vrijheid

Duizend en een nacht;

Project duizend en een nacht zoals ik mijn gedwongen verblijf op dat bootje nu noem was een uitzonderlijk zwaar en ontwrichtend en saai project. Zelden heb ik slechtere dagen gehad als toen, en dat was iedere dag, drie jaar lang. Alles dreef, verdween en dat wat ik zonodig moest ontvluchten keek me de godsganse dag aan, lachte me in mijn gezicht uit, de overkant, de mensen en de herinneringen, de ambitie, de hele klerezooi.

In de winter van 2000 verloor ik redelijk onverwacht mijn atelierwoning. Omdat ik niemand tot last wilde zijn of anders gezegd nergens meer welkom was besloot ik zolang een paar dagen op mijn bootje door te brengen, een romp van 7 meter die ik een half jaar eerder had gekocht. Die paar dagen zouden uiteindelijk een dikke twee jaar duren… drie winters. Sindsdien is het een belachelijk verhaal gebleven en exploiteer ik het waar ik kan.

Op die boot, dat drijvend stuk ijzer was het plotseling overduidelijk dat ik zowel letterlijk als figuurlijk na wat jaren van schmieren en proberen eindelijk aan de rand van alles was gekomen. De stad, de mensen lagen aan de overkant, toekomst, verleden, jij, ik, het hele leven lag daar te leven. En hier lag de rot, de twijfel. de gapende onrust. Ik lag letterlijk te overleven, te drijven. Hele dagen op bed en dan weer op zoek naar voedsel, drank, sigaretten, materiaal voor de overkapping want de boot was slechts een kale romp en ik zocht ook veel naar gezelschap om mezelf te vergeten en ook om me tegen af te zetten, de burgers, de handige mensen met hun succesnummers… en iedereen hooguit vijf minuten. Ik stormde van de ene naar de andere in een en dezelfde cirkel, sneller dan de schaduw Zelf, donker en stroperig en vluchtig…

Maar nooit tijd, nooit geld. Mijn gezondheid ging in rap tempo naar de kloten, mijn tanden vielen uit, deurwaardes zochten me (en vonden me wonder boven wonder) en omdat ik geen schoenen of telefoon had kon ik geen werk vinden, dus werkelijk geen cent, geen voedsel of schone kleren, en een steeds slechter wordende gezondheid en een ambitie die als een berg voor me lag en maar geen naam kreeg. Ik wilde alles en iedereen en tegelijkertijd kon ieder resultaat me gestolen worden.

Ook heb ik destijds soms weken alleen maar aardappelen gegeten, ’s morgens ’s middags en ’s avonds. Die spoelde ik dan weer weg met goedkope wijn uit literpakken. Het ene dus om in leven te houden, het andere om me te vernietigen, of in ieder gaval om me te verdoven. Maar vast zat ik, aan alles, kon geen kant op, een grote vleesgeworden paradox op een onduidelijk bootje, down and out in de stad waar ik vandaan kwam waar de rest aan de overkant zich alleen nog maar zorgen schenen te maken of ze vijf of zes keer op vakantie gingen dat jaar. De verschillen waren gigantisch en werden door iedereen, inclusief ikzelf, veilig en fijn in stand gehouden.

Dus heb ik heb er uiteindelijk maar een kunstwerk van gemaakt, van die boot, dat leven, dat strontvervelend verhaal. Experiment noem ik het nu, of project. Ik onderzocht of je nog van de wind kon leven… zoiets  maar het antwoord interesseerde me en interesseert me nu nog steeds, nu duizend jaar later, geen zak, niemand trouwens ben ik achter gekomen, en ik wilde toen ook niets weten, hoe ik het ook noem, slechts verdoven en verzuipen, vergeten, alleen verhalen, onduidelijk en verstrooiend graag, steeds weer anders, hoe mijn pet staat, een verklaring, een verantwoording, een sprookje, al wilde ik misschien alleen maar ein niemanden sein, ik weet het niet, pik er maar een uit, maar ik werd destijds in ieder geval gigantisch, dreef naar en uit alle richtingen, kruipend, lullend, intens verveeld op zoek naar dat wat ik eigenlijk zocht, naar een werkelijkheid aan de overkant die voor me lag, die deze kant, aan de andere kant, even ongrijpbaar als het ding, het woord, of wat dan ook, op het water, vast aan de kant, maar sowieso nergens…

Na twee jaar was de kajuit klaar. Ik kon er eindelijk een beetje comfortabel op wonen. Na een week echter, nadat ik het laatste raam erin had geplaatst en eindelijk de hele boot had geïsoleerd sloeg iemand en gat in stalen romp en zonk mijn boot naar de bodem, met alles wat erop lag, mijn tekeningen, dummies, gereedschap, cd’s kleren, schoenen, dagboeken, foto’s, telefoon. Alles. Dus zelfs mijn vleesgeworden  symbool van verlies verloor ik dus weer. Perfect, een ronde perverse cirkel. Ik was precies weer even ver als 1000 nachten ervoor toen ik aan boord klom  Gelukkig had ik weer een nieuw atelier, met verwarming en een douche en wc maar wel op de wal…